Newsletter

Firm/organisation


Name


E-mail address


Interests






medium_slideshow_pict1medium_slideshow_pict2medium_slideshow_pict3medium_slideshow_pict4medium_slideshow_pict5medium_slideshow_pict6
 

CAPITAL MARKETS

ASSET MANAGEMENT

FINANCIAL SERVICES Securities Laws

PENSION FUNDS DNB/AFM

INVESTMENT MANAGEMENT AGREEMENTS

FUND STRUCTURING

AIFMD

 

 

Financial Services Regulation News

Provsieverbod beleggingsdiensverlening een feit (08-01-2014)

Op 17 december 2013 is in het Staatsblad het Wijzigingsbesluit financiële markten 2014 gepubliceerd. Hiermee is het provisieverbod voor beleggingsdienstverlening sinds 1 januari 2014 een feit. stb-2013-537.pdf

Het provisieverbod verandert en versimpelt de geldstromen tussen belegger, aanbieder en beleggingsdienstverlener. Hiermee wordt gewaarborgd dat de sector zich bij het verlenen van beleggingsdiensten op een eerlijke, billijke en professionele wijze inzet voor de belegger. Waar in het verleden een prikkel kon bestaan om de belegger te leiden naar de aanbieder die de meeste provisie opbracht, is deze nu weggenomen. Het wordt zo voor de belegger inzichtelijk wat de kosten van beleggingsdienstverlening zijn. Daarnaast is de beleggingsonderneming met de overstap naar directe beloningen beter in staat de onafhankelijkheid aan de belegger te tonen. Dit maakt het voor de beleggingsonderneming gemakkelijker om de toegevoegde waarde van de beleggingsdienstverlening kenbaar te maken.


Bij afschaffing van de genoemde provisies verdwijnt het risico dat de beleggingsonderneming niet in het belang van de belegger handelt. Het verbod moet er toe leiden dat de beleggingsonderneming (ofwel een bank, beleggingsadviseur of vermogensbeheerder) voortaan alleen nog directe vergoedingen van de belegger ontvangt.


Retourprovisies en aanbrengvergoedingen kennen een verbod vanaf 1 januari 2014. De belangrijkste distributievergoedingen zijn per 1 januari 2015 verboden en kennen voor 2014 een overgangsregeling. 


De AFM houdt toezicht op naleving van het provisieverbod voor beleggingsondernemingen.


 

Speech on the impact of regulatory reform on capital markets (03-01-2014)   

On 21 November 2013, Harman Korte (member of the executive board AFM) held a speech with the ICMA (International Capital Markets Association) on the impact of regulatory reform on capital markets. In his speech Harman Korte shared some of the AFM’s observations in respect of this topic. In his speech he focused on three main issues, which are: policy response to the financial crisis, where the capital markets stand today and finally some concluding remarks on the future regulatory reform. 

 

You can find the speech that Harman Korte held via: harman-icma.pdf

AFM publiceert het handboek ‘Werken aan duidelijke klantinformatie’ (18-06-2013)

De AFM heeft een handboek samengesteld om financiële ondernemingen te ondersteunen in het duidelijker maken van informatie richting de klanten.

                                                                                                                                                                                            

Het handboek biedt financiële ondernemingen de nodige handvaten voor het realiseren van duidelijke klantinformatie. Hierbij worden de randvoorwaarden voor begrijpelijkheid en vindbaarheid aangereikt, zodat de kwaliteit van informatieverstrekking door financiële ondernemingen verder zal toenemen.

 

http://www.afm.nl/~/media/Files/handleiding/duidelijke-klantinformatie.ashx

 

 

 

Reacties Wijzigingsbesluit financiële markten 2014/provisieverbod (10-06-2013)

In de periode 2 april tot 1 mei 2013 heeft het ministerie van Financiën concept wetteksten voor het provisieverbod voor beleggingsondernemingen (die niet voor eigen rekening handelen) ter consultatie aan de markt voorgelegd.                                                                                                                                                                          

 

De (openbare) reacties van diverse marktpartijen op de consultatie zijn te vinden op de website van de Rijksoverheid. Het ministerie zal tegen de zomerperiode in een feedbackstatement reageren op de binnengekomen reacties. Deze reactie wordt via de koepelorganisaties bekend gemaakt. De (openbare) reacties zijn te vinden op de website van de Rijksoverheid.

 

http://www.internetconsultatie.nl/wijzigingsbesluitfm2014/reacties

 

Bron: http://afm.m13.mailplus.nl/archief/mailing-394857.html#provisieverbod

 

Financieel Stabiliteitscomité acht verdere versterking van bankbalansen cruciaal voor economisch herstel (10-06-2013)

Op 30 mei 2013 vond de tweede vergadering van het Financieel Stabiliteitscomité plaats. In dit comité spreken vertegenwoordigers van DNB, AFM en het ministerie van Financiën twee keer per jaar onder leiding van de president van DNB over ontwikkelingen op het gebied van de stabiliteit van het Nederlandse financiële stelsel. Behalve over kredietverlening en de financiering van banken sprak het comité ook over macroprudentiële instrumenten en het balansonderzoek bij Europese banken.                                                                                                                                                             

 

De belangrijkste conclusies van de vergadering waren: Het Financieel Stabiliteitscomité acht het van groot belang dat banken hun kapitaalsbasis verder versterken. Dit stelt banken in staat hun kredietverlening uit te breiden wanneer de conjunctuur aantrekt en de vraag naar krediet weer toeneemt. Kredietverlening is een belangrijke voorwaarde voor economisch herstel. Verdere standaardisatie van Nederlandse hypotheken en securitisaties vergroot bovendien de investeringsbereidheid van (institutionele) beleggers en vergemakkelijkt daarmee de bancaire financiering. Ook wordt de Nederlandse hypotheekmarkt hierdoor aantrekkelijker voor nieuwe toetreders.

 

Verslag_tcm46-292387.pdf

 

Bron: http://www.dnb.nl/nieuws/nieuwsoverzicht-en-archief/persberichten-2013/dnb292385.jsp

 

Tarieven doorlopend toezicht 2013 bekend (10-06-2013)     

De AFM heeft de kosten voor doorlopend toezicht 2013 gepubliceerd. In vergelijking met 2012 zijn de tarieven over het algemeen gestegen. De belangrijkste oorzaken zijn de vermindering van overheidsbijdrage als gevolg van Rijksbezuinigingen en meer toezichtinspanningen.

 

heffingen-2013.pdf

 

Bron: http://afm.m13.mailplus.nl/archief/mailing-395159.html

                                                                                                                                                          

 

Thema's DNB Toezicht 2013 (13-2-2013)

De Nederlandsche Bank (DNB) let in 2013 extra op het vergroten van de weerbaarheid van de financiële sector en toekomstbestendige bedrijfsmodellen.

Deze twee speerpunten volgen uit de brochure 'Thema’s DNB Toezicht 2013' die recent is verschenen. Risicobeheer, bestuur, cultuur, en de kwaliteit van toezichtrapportages zijn andere speerpunten in 2013. De thema’s bouwen deels voort op de in 2012 geagendeerde thema’s. DNB verwacht van de onder toezicht staande instellingen dat zij aan de slag gaan met de in de brochure genoemde aandachtsgebieden. De aandachtsgebieden omvatten o.a. het volgende. De crisis heeft laten zien dat banken hun kapitaal en liquiditeit moeten versterken. Ook in 2013 blijft DNB de overgang naar de Basel III-regels door de banken nauwlettend volgen. Het is noodzakelijk dat banken, te midden van de nog altijd moeilijke economische en financiële omstandigheden, doorgaan met stappen te zetten richting Basel III. Het bedrijfsmodel van financiële instellingen blijft een punt van aandacht voor DNB. De huidige marktomstandigheden roepen vragen op over de houdbaarheid van bepaalde bedrijfsmodellen. DNB verwacht van de banken dat zij zich bewust zijn van de uitdagingen op het gebied van financiering van de bankbalans, zowel onder de huidige moeizame marktomstandigheden als onder aangescherpte regelgeving in de toekomst. Nu Solvency II langer op zich laat wachten gaat DNB in 2013 stappen zetten richting meer risico-gebaseerd en vooruitkijkend toezicht op de verzekeraars. Solvency I volstaat op dit punt niet meer en de omstandigheden waarin de sector momenteel verkeert zijn zwaar. Daarnaast zal Solvency II uiteindelijk realiteit worden, dus blijft het volgens DNB van belang dat verzekeraars doorgaan met de voorbereiding daarop. Onlangs heeft de staatssecretaris van SZW bekendgemaakt dat het nieuwe Financieel toetsingskader (FTK) ingaat per 1 januari 2015. DNB en AFM gaan dan ook het komende jaar de voorbereiding op de overgang naar het nieuwe pensioencontract actief begeleiden. Doel is de pensioenfondsen op weg te helpen zodat zij klaar zijn zodra het nieuwe pensioenstelsel een feit is. DNB en AFM verwachten van de fondsen dat zij dit jaar in de bedrijfsvoering al anticiperen op het nieuwe stelsel. DNB heeft vorig jaar de risico’s in verband met commercieel vastgoed onderzocht en de banken opgedragen de waardering van commercieel vastgoed te verbeteren in lijn met de bestaande regelgeving. DNB gaat het waarderingsonderzoek dit jaar afronden. DNB kijkt momenteel sector-breed naar de risico’s verband houdend met commercieel vastgoed en gaat in dat verband ook nader onderzoek doen bij pensioenfondsen en verzekeraars. DNB beziet financiële instellingen in hun onderlinge samenhang. De toezichthouder vergelijkt hen onderling, identificeert outliers, signaleert en stimuleert best practices. Ook maakt zij een inschatting van de sectorbrede impact van macro-economische ontwikkelingen. DNB zet daarom een aanzienlijk deel van haar capaciteit in op de themagerichte toezichtaanpak, als aanvulling op het instellingspecifieke toezicht.

 

Bron: http://www.dnb.nl/nieuws/nieuwsoverzicht-en-archief/nieuws-2013/dnb284488.jsp

 

AFM informeert banken en verzekeraars over directe beloning (7-12-2012)

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft banken en verzekeraars per brief geïnformeerd over belangrijke aspecten van het provisieverbod en de overgang naar directe beloning. De toelichting van de AFM is als volgt.

De invoering van het provisieverbod op 1 januari 2013 voor complexe en impactvolle financiële producten roept ook bij banken en verzekeraars de nodige vragen en onduidelijkheden op. Daarom heeft de Autoriteit Financiële Markten (AFM) de aanbieders per brief geïnformeerd over belangrijke aspecten van het provisieverbod. De AFM gaat in deze brief in op het dienstverleningsdocument, productkortingen, de inning van advieskosten en gespreide betaling van advies- en distributiekosten. Vanaf 1 januari 2013 gelden er voor aanbieders meer uitgebreide informatieverplichtingen ten aanzien van de dienstverlening aan consumenten. In die periode is het nieuwe, standaard dienstverleningsdocument nog niet beschikbaar. Adviseurs en bemiddelaars kunnen dan hun huidige dienstverleningsdocument gebruiken, maar aanbieders niet. Aanbieders zullen voorafgaand aan hun dienstverlening transparant moeten zijn over hun dienstverlening en de kosten die hiervoor in rekening worden gebracht. De AFM raadt aanbieders aan deze informatie in ieder geval op de website beschikbaar te stellen. De nieuwe regelgeving brengt met zich mee, dat een aanbieder die klanten direct bedient, de prijs voor advies en distributie rechtstreeks bij de consument in rekening brengt. Consumenten mogen de kosten van advies gespreid betalen. Daarbij geldt wel een aantal voorwaarden. Er mag geen rente in rekening worden gebracht en de gespreide betaling mag niet langer dan 2 jaar lopen. Onderhandelen in het belang van de klant over productkortingen (‘de beste deal realiseren’) is toegestaan, ook onder het aanstaande provisieverbod. Strikte voorwaarde hierbij is wel dat aan de afgesproken productprijs geen variabelen gekoppeld zijn, zoals een minimale productie of een bovengemiddelde kwaliteit van (advies)dienstverlening. Bovendien mag de geboden productkorting geen relatie hebben met de prijs van een dienst die een adviseur levert. De inning van de advieskosten van onafhankelijke adviseurs door de aanbieder of gevolmachtigde agent van de aanbieder is niet toegestaan onder de aanstaande provisieregels. Door de inning van de advieskosten door de aanbieder of gevolmachtigde agent blijven onderlinge banden tussen de aanbieder en de adviseur bestaan.

 

Bron: http://www.afm.nl/nl/professionals/afm-actueel/nieuws/2012/dec/brief-provisieverbod.aspx

 

AFM informeert woningcorporaties over vergunningplicht adviseurs (15-11-2012)

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft woningcorporaties geïnformeerd over de vergunningplicht voor financieel adviseurs.

Naar aanleiding van recente gebeurtenissen bij woningcorporaties heeft de AFM, samen met het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV), alle woningcorporaties een brief gestuurd om de regels rondom vergunningen toe te lichten. De AFM vindt het belangrijk dat woningcorporaties weten met welke partij ze zaken doen en welke regels er gelden. De AFM constateert dat op de markt voor rentederivaten en treasury -dienstverlening verschillende partijen actief zijn. Dergelijke partijen hebben in veel gevallen een vergunning van de AFM nodig. Indien een woningcorporatie gebruik maakt van een adviseur die adviseert over derivatentransacties of betrokken is bij de totstandkoming daarvan, raadt de AFM aan na te gaan of de partij beschikt over een vergunning. Woningcorporaties kunnen dit controleren door het register van de AFM (www.afm.nl/registers) te raadplegen. Mocht een adviseur niet in het bezit zijn van een vergunning, dan is het volgens de AFM raadzaam om zijn activiteiten te toetsen aan onderstaande punten. - Vergunningplichtige activiteiten Het is verboden in Nederland zonder een daarvoor benodigde vergunning beleggingsdiensten te verlenen. Het gaat in ieder geval om: 1. in de uitoefening van een beroep of bedrijf ontvangen en doorgeven van orders van cliënten met betrekking tot financiële instrumenten; en 2. in de uitoefening van beroep of bedrijf adviseren over financiële instrumenten, zoals een rentederivaat (beleggingsadvies). Wanneer een adviseur alleen adviseert over kapitaalstructuur, bedrijfsstrategie en daarmee samenhangende aangelegenheden, zoals advisering en dienstverrichting op het gebied van fusies en overnames van ondernemingen, ziet de AFM dit als een zogenaamde nevendienst. Deze nevendienst is niet (zelfstandig) vergunningplichtig. - Financiële instrumenten Om te bepalen of een adviseur heeft geadviseerd over of voor een woningcorporatie heeft bemiddeld in financiële instrumenten, moet de corporatie nagaan of gebruikt wordt gemaakt van één of meer van onderstaande instrumenten: 1. (rente)derivaten; 2. effecten (verhandelbare aandelen,verhandelbare obligaties of elk ander verhandelbaar waardebewijs); en/of 3. rechten van deelneming in een beleggingsinstelling. De AFM nodigt woningcorporaties uit om contact met hen op te nemen, als ze nog vragen of opmerkingen hebben over de vergunningplicht van een adviseur.

 

Bron: http://www.afm.nl/nl/professionals/afm-actueel/nieuws/2012/nov/woningcorporaties.aspx

 

Banken en compliancerapportages (26-10-2012)

Banken zijn verplicht om minstens één keer per jaar intern te rapporteren over aangelegenheden met betrekking tot de naleving van wettelijke regels en interne regels. De bedoeling van deze compliancerapportages is als volgt.

De Nederlandsche Bank (“DNB”) heeft in een recente publiatie nog eens uitgelegd wat de compliancerapportages wordt bedoeld. Compliancerapportages zijn volgens DNB bedoeld voor: (i) de beleidsbepalers van de bank en eventueel (ii) het interne orgaan dat toezicht houdt op de naleving van wettelijke regels en interne regels in het beleid en de praktijk van de bank. Het is aan de compliance-officer(s) om dit rapport te maken. Wanneer er tekortkomingen worden geconstateerd, moet de compliance-officer duidelijk maken welke maatregelen genomen zijn. Met een volledige verantwoording kunnen beleidsbepalers zich volgens DNB goed op de hoogte stellen en daardoor effectiever opereren. Het belang van de compliancefunctie moet volgens DNB niet worden onderschat. Als deze functie niet naar behoren is ingevuld, dan kan een bank volgens DNB aanzienlijke risico’s lopen: interne misstanden kunnen tot problemen en reputatieschade leiden. De wettelijke verplichting voor het opstellen van de compliancerapportages volgt uit artikel 21 van het Besluit prudentiële regels Wft. Dat artikel zegt samengevat het volgende. Banken beschikken over een organisatieonderdeel dat op onafhankelijke en effectieve wijze een compliancefunctie uitoefent. Dit organisatieonderdeel heeft als taak het controleren van de naleving van wettelijke regels en van interne regels die de bank (of bijkantoor) zelf heeft opgesteld. Het organisatieonderdeel van een bank, die ingevolge de wet in Nederland beleggingsdiensten mag verlenen of beleggingsactiviteiten mag verrichten, heeft verder als taak: a. Het adviseren van de personen die verantwoordelijk zijn voor het verlenen van beleggingsdiensten of het verrichten van beleggingsactiviteiten bij de naleving van wettelijke regels en interne regels. b. Het toezien op de deugdelijkheid en effectiviteit van de interne regels en procedures. c. Het beoordelen van de effectiviteit van de procedures en maatregelen om gesignaleerde onvolkomenheden bij de naleving van wettelijke regels en interne regels op te heffen; en d. Het ten minste jaarlijks rapporteren aan de dagelijks beleidsbepalers van de bank en eventueel aan het orgaan (voor zover aanwezig) dat is belast met toezicht op het (algemene) beleid van de bank inzake aangelegenheden m.b.t. de naleving van wettelijke regels en interne regels. In het geval van gesignaleerde tekortkomingen, moet met name worden vermeld of er maatregelen zijn genomen.

 

Bron: http://www.dnb.nl/publicatie/publicaties-dnb/nieuwsbrief-banken/nieuwsbrief-banken-oktober-2012/dnb279889.jsp

 

Minister of Finance announces measures to improve the quality of financial advice (31-01-2012)

New measures have been announced by the Dutch Minister of Finance in order to improve the quality of financial advice rendered by persons that qualify as advisor under Dutch regulations.

On 31 January 2012, the Minister of Finance has announced to take measures in order to improve the quality of financial advice rendered by advisors within the meaning of the Dutch Act on Financial Supervision (Wet op het financieel toezicht, “AFS”). These amendments constitute, together with the measures relating to turnover related fees and provisions, a comprehensive package of measures aimed at improving the quality of financial advice. These measures include:

  1. obligation for every person providing services that qualify as “advice” within the meaning of the AFS to obtain a diploma to ensure that the relevant advisor possesses the required expertise;
  2. enhancement of the permanent education requirements of financial advisors. Advisors will be obliged to stay up to date with the latest developments that are relevant in their field of expertise; and
  3. establishment of a central exam questions database under the supervision of the College for Expertise Financial Services (College Deskundigheid Financiële Dienstverlening) in order to ensure the quality of the exams.

The abovementioned measures shall be incorporated in the Decree Market Conduct financial undertakings AFS (Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft) and will enter into force on 1 January 2013. A grandfathering rule will apply to advisors that have already been rendering financial advice on that date. Said advisors will be obliged to comply with the new measures as of 1 July 2015.

 

 

Banks and insurance companies have improved their supervision on distribution channels (16-01-2012)

According to research conducted by the Dutch Authority for the Financial Markets in 2011, providers of financial products have improved their supervision on intermediaries.

 

In 2010, the Dutch Authority for the Financial Markets (“AFM”) has identified significant shortcomings with regard to chain control executed by banks and insurance companies. Providers of financial products are responsible to ensure that the distribution channels act in compliance with the legal requirements. Subsequently, said providers are obliged to guarantee the quality of the distribution channel. According to the AFM, a number of intermediaries have not been compliant with the legal requirements relating to:

  1. customer duty of care;
  2. integrity; and
  3. expertise. 

In 2011, the AFM has reassessed the manner in which providers of financial products have picked up their responsibilities with regard to chain control. Said research has resulted in the following conclusions: (i) the banks and insurance companies that have participated in the survey have taken measures to improve their chain control. For example, said providers have been responding more alertly when licenses of intermediaries have been revoked by the supervisory authorities; (ii) providers have taken measures enabling them to closely monitor the quality of intermediaries. However, the AFM has identified significant differences between measures taken by providers; and (iii) settlement of portfolios resulting from the revocation of the license of an intermediary by the supervisory authority must take place within three months.

 

 

New Dutch “suitability” requirements for policy-makers of financial undertakings

From expertise to suitability: future changes in the pre-appointment screening criteria for policy-makers of financial undertakings will enter into force on 1 July 2012

 

 

On 3 February 2012 the Royal Decree (the “Decree”) establishing the date of entry into force of the new “suitability” requirements for daily policy-makers and supervisory officers of financial undertakings was published in the Dutch Government gazette (Staatscourant). Pursuant to that decree, the new rules holding, inter alia, replacement of the current “expertise” (deskundigheid) criterion by a “suitability” (geschiktheid) criterion will enter into force on 1 July 2012. According to the explanatory statements to the relevant legislative proposal, the “suitability” criterion is broader than the “expertise” criterion, because it encompasses not only the knowledge and experience of the relevant person, but also the person’s overall skills and professional behavior.

 

The Decree contains different transitional provisions with respect to persons that are already in office at the time of entry into force of the Decree. The applicable transitional regime depends on the function of the relevant person and on the type and size of the relevant financial undertaking.

 

 

 

AFM investigates consumer credit websites (10-01-2012)

The Dutch Authority for the Financial Markets concludes that the information provision by providers of consumer credit and intermediaries should be improved.

 

 

An EU-wide investigation of websites offering consumer credit has taken place to assess whether consumers receive the information to which they are entitled before signing a consumer credit contract. The investigation has been initiated in order to assess how the market is applying the Consumer Credit Directive (as implemented in the national legislation), which aims to make it easier for consumers to understand and compare credit offers. Subsequently, the Dutch Authority for the Financial Markets (“AFM”) has conducted research with regard to the information provided on the websites offering consumer credit. One of the goals was to check if the websites did not contain misleading advertisement for consumer credit. Furthermore, the AFM has assessed whether the credit table (which provides information regarding debit interest rate or other information regarding credit costs) included in the advertisement regarding consumer credit was complete and correct. 

 

According to a press release of the AFM of 10 January 2012, the information provided by a number of providers of consumer credit and intermediaries is currently insufficient. The most prominent insufficiencies were the credit tables that were incorrect or even had no reference to the availability of standard information. This conclusion was based on a research conducted by the AFM amongst forty-five websites related to consumer credit regarding the information provided on the relevant websites. The AFM has been requested to report back regarding its findings to the European Commission by autumn 2012.

 

 

 

2012 levies for supervision costs published

How much do you want it? Ministry of Finance publishes regulation on the costs of supervision for 2012

On 4 January 2012 the 2012 regulation on (one-off and ongoing) supervision costs was published in the Dutch government gazette (Staatscourant).

 

Exempted offerings: changes to Dutch rules

Exempted offerings after 1 January 2012: increase of exemption threshold from EUR 50,000 to EUR 100,000 and new ‘visual’ warning requirements for exempted offerings

 

As of 1 January 2012 the conditions for reliance on the ‘minimum amount’ and the ‘minimum denomination’ exemption for offerings of individual investment objects, participation rights in collective investment schemes and securities in the Netherland have been tightened. These changes have been implemented through amendment of the Exemption Regulation to the Dutch Act on Financial Supervision (Vrijstellingsregeling Wft). As a result, the minimum investment thresholds resulting in exemption from the relevant licensing and/or prospectus requirements have been increased to EUR 100,000 instead of EUR 50,000. The new stricter rules apply in any event to all offerings taking place after 1 January 2012. Certain transitional provisions have been enacted for: (a)    parties merely managing individual investment objects offered before 1 January 2012 under the EUR 50,000 exemption; and (b)    collective investment schemes offered before 1 January 2012 in reliance on the 50,000 exemption. Further explanation concerning those changes and the transitional provisions can be found in a letter from the Dutch Minister of Finance (Dutch only) and on the AFM website (Dutch only). In connection with the above change the relevant definition of “Professional Market Parties” has been amended so as to only cover parties from whom deposits or other forms of repayable funds are attracted for an amount of at least EUR 100,000 (rather than 50,000).

 

In addition to the above, as of 1 January 2012, new mandatory warning rules (so-called “Wild West sign”) apply to advertisements, offering and marketing documentation relating to exempted offerings of individual investment objects, participation rights in collective investment schemes and securities (i.e. less than one hundred offerees, minimum investment > EUR 100,000, etc.).

 

Inclusion of such warning is not required is for exempted offerings of securities targeting exclusively “qualified investors” as defined under Dutch regulations.

 

 

Prohibition of turnover related fees (01-01-2012)

As of 1 January 2012, new rules have been introduced affecting the remuneration of providers, advisors and intermediaries within the meaning of the Dutch Act on Financial Supervision

 

As of 1 January 2012, offerors, intermediaries and advisors are no longer allowed to charge turnover related fees with regard to non-life insurances. According to the legislator, said fees are likely to cause financial service providers to be product driven rather than client driven. As a result, these fees may cause the financial service provider to lose sight of the client’s best interest. Hence, bonus fees (bonusregelingen) and turnover fees (omzetprovisies), which are linked to the production numbers of intermediaries, are no longer allowed.

 

Providers, intermediaries and advisors are still allowed allowed to charge one-off fees (afsluitprovisies) and continuing brokerage fees (doorlopende provisie) with regard to non-life insurances. The above is in line with the prohibition that was already in place with regard to complex financial products, mortgage credit, payment insurance and funeral insurance contracts that were entered into as of 1 January 2009. Additionally, an open standard has been introduced with regard to the direct remuneration of intermediaries and advisors.

 

Intermediaries and advisors are allowed to agree with their clients a fee for the services provided unless said fee can be considered unreasonable due the nature and size of the service provided. The reasonableness of the remuneration will be determined by the characteristics of each individual service that has been provided. However, remuneration regarding transactions that are executed for the sole purpose of generating additional income will in any case be considered unreasonable.

 

When validating the reasonableness of a remuneration policy, the Dutch Authority for the Financial Markets considers, amongst others, the following items:

  1. the fees charged by the intermediary or advisor compared with the actual hours spent;
  2. the hours spent on the relevant advice relating to the scope of the advice;
  3. the scope of the advice compared to the request made by the client; and
  4. the hourly rates charged by the intermediary or advisor compared to their level of expertise.

  

 

 

 

 

Practice areas

 

 

 

 

 
en